ICT Management, Advies en Coördinatie

sinds 1985

Projecten bij o.a. GAK, Dedicate, Quodest, Diagram, Motiv, Borg Projecten, Hivos, PWC, NMB, ING, Delta Lloyd, de Beurs Amsterdam, Hooge Huys, Rabobank, UWV, Ministerie van Landbouw, Interpay, Philip Morris, EU-Brussel, PinkRoccade, Essent, Universiteit Utrecht, NS, PreWarCar ...

Ik ben in 1985 begonnen als zelfstandige, onder de naam Buffalo Information Technology; B!T. Toen was een eenmanszaak nog iets bijzonders; inmiddels is het de norm, onder het nettere etiket ZZP’er. Eigenlijk was dat zelfstandig werken geen breuk, maar een logisch vervolg. In de jaren zeventig had ik al kennisgemaakt met computers, bij het GAK in Amsterdam-West. Dat waren nog kolossen: grote kasten, cassettebandjes als opslag, en een sfeer die ergens tussen techniek en administratie hing. Het ponskaartentijdperk lag net achter ons  -ik heb de ponsmachines nog zien staan bij Tetterode- maar wat daarvoor in de plaats kwam, voelde als een belofte. Er werd geprogrammeerd in BASIC, en hoewel alles traag en omslachtig was, zat er iets in dat de toekomst in zich borg.

Dat speelde zich af binnen de context van de WAO, een regeling die later op grote schaal misbruikt zou worden, maar die toen nog vooral symbool stond voor een verzorgingsstaat, die dacht grip te hebben op complexiteit. Ik herinner me ook de ‘zak-Japanner’, een rekenmachine die destijds een klein fortuin kostte -omgerekend zo’n vijfhonderd euro- een volledig maandloon. Die verving de rekenliniaal en voelde als een wonder van techniek. Nu is zo’n apparaat, met een duizendvoud aan mogelijkheden, een gratis app op ieders ‘mobiel’. Die versnelling heb ik niet uit boeken geleerd, maar ervaren.

Ik vond het allemaal interessant, soms zelfs indrukwekkend, maar nog niet op een manier die mij volledig greep. Er bleef een zekere afstand. Ik wist dat ik iets met maken en ontwerpen wilde doen, maar nog niet wat precies. Die vraag liet zich niet oplossen achter een bureau.

Dat veranderde tijdens een fietstocht met Petra door de Verenigde Staten. Zes maanden onderweg, van Los Angeles naar New York, zo’n zevenduizend kilometer. Fietsen vertraagt alles en tegelijkertijd verscherpt het je. Je hebt namelijk alle tijd om te denken,en geen mogelijkheid om gedachten te ontwijken. Aan het einde van die tocht wist ik het ineens wél. De keuze was duidelijk: of een opleiding tot industrieel ontwerper, of me verder verdiepen in die nog wat onhandige, maar onmiskenbaar veelbelovende wereld van computers.

Ik koos, bewust, voor het laatste. Naast een volledige baan begon ik aan een avondopleiding elektronica, waarin informatica steeds nadrukkelijker aanwezig was. Het was geen romantische route, eerder een taaie en niet aan te bevelen. Maar na afronding kwamen de opdrachten snel. Van het één kwam het ander. Ik belandde in een reeks bedrijven en samenwerkingen: Alpha Computers, Datex van Willem Smit, Guideline, DCE van Keith Greystoke, SZ&T. Uiteindelijk koos ik opnieuw voor zelfstandigheid, dit keer onder de weinig verhullende naam willemtanja.com.

Terugkijkend zie ik het voordeel van die route Ik heb niet langs de zijlijn gestaan, maar met de laarzen in de modder. Ik heb het begin meegemaakt, de aarzelingen, de mislukkingen, en vooral de enorme versnellingen. Ik heb gezien hoe iets wat ooit log en beperkt was, zich ontwikkelde tot een kracht die  alles raakt. En ik ben ervan overtuigd dat wat er nog aankomt, zeker met kunstmatige intelligentie, sneller en ingrijpender zal zijn dan we geneigd zijn te denken.

In die context is Utopia for Realists voor mij geen abstract politiek boek, maar een noodzakelijke correctie. Het herinnert eraan dat grote veranderingen zelden beginnen met technologie alleen, maar met de bereidheid om anders te denken over mens, systeem en toekomst. Precies die bereidheid heeft mij, achteraf gezien, steeds weer vooruit geholpen.


In Utopia for Realists betoogt Rutger Bregman dat wat wij geneigd zijn als onrealistisch of naïef te bestempelen, vaak juist het meest praktische en uitvoerbare antwoord is op hardnekkige maatschappelijke problemen. De kern van zijn betoog is dat vooruitgang zelden wordt tegengehouden door technische of economische grenzen, maar vooral door een gebrek aan verbeelding. Ideeën die ooit als absurd golden, zoals het afschaffen van slavernij, het invoeren van algemeen kiesrecht of het creëren van een weekend, zijn later volstrekt normaal geworden. Niet omdat de wereld fundamenteel veranderde, maar omdat het denkraam waarbinnen mensen oordeelden verschoof.

Bregman stelt dat veel modern beleid is gebouwd op een somber mensbeeld: de overtuiging dat mensen van nature lui zijn, misbruik maken van ruimte en voortdurend gecontroleerd moeten worden. Dit wantrouwen leidt tot complexe systemen vol regels, prikkels en sancties. Paradoxaal genoeg creëren die systemen juist het gedrag dat ze zeggen te willen bestrijden. Onderzoek en historische voorbeelden laten volgens Bregman zien dat de meeste mensen willen bijdragen, verantwoordelijkheid nemen en zinvol werk verrichten, mits ze daarvoor vertrouwen en autonomie krijgen. Waar systemen uitgaan van vertrouwen, blijken mensen doorgaans productiever, gezonder en socialer te functioneren.

Een derde centrale lijn in het boek is dat maatschappelijke problemen vaak onnodig ingewikkeld worden gemaakt. Armoede wordt behandeld als een moreel of gedragsprobleem, terwijl het in essentie een tekort aan geld is. Werkloosheid en burn-out worden bestreden met steeds fijnmaziger beleid, terwijl de onderliggende oorzaken vaak liggen in de manier waarop werk en zekerheid zijn georganiseerd. Bregman pleit daarom voor eenvoudige, structurele oplossingen zoals een onvoorwaardelijk basisinkomen of een kortere werkweek. Niet omdat die ideeën perfect zijn, maar omdat ze de kern van het probleem raken in plaats van de symptomen te managen met bureaucratie.

De reden dat Bregman zijn boek ‘voor realisten’ noemt, is dat hij zijn betoog niet baseert op utopische dromen, maar op empirisch onderzoek, historische precedenten en kleinschalige experimenten. Hij presenteert geen revolutionair masterplan, maar nodigt de lezer uit om andere aannames te hanteren over mens en samenleving. Die verschuiving in uitgangspunt – van wantrouwen naar vertrouwen, van complexiteit naar eenvoud – opent volgens hem ruimte voor beleid dat zowel menselijker als effectiever is.

Tegelijk is het boek normatief optimistisch: machtsverhoudingen, geopolitieke spanningen en menselijk opportunisme krijgen relatief weinig aandacht. Juist daarom functioneert Utopia for Realists vooral als tegenwicht tegen cynisme en technocratische verlamming. De essentie van het boek is niet dat de voorgestelde ideeën onvermijdelijk de juiste oplossingen zijn, maar dat echte vooruitgang begint wanneer we durven te erkennen dat veel van wat wij ‘utopisch’ noemen, in feite niets anders is dan realisme dat botst met verouderde overtuigingen.

Onderzoeken wijzen uit dat zo’n 70% van computer gebruikers geen aandacht schenkt aan het meest cruciale onderdeel: beveiliging of ‘Security’:

Gebruik altijd een VPN, bijvoorbeeld NordVPN of Proton (gratis voor 1 apparaat)

Gebruik altijd een Password Manager, bijvoorbeeld NordPass

Hetzelfde geldt voor een Anti-virus pakket: altijd installeren. Er zijn ook hele goede gratis versies, b.v. Avast

Maak bij voorkeur gebruik van de 2-traps-authentificatie: naast hetwachtwoord wordt een code naar b.v. de smartphone gestuurd om in te loggen